Het Einde van de Melancholie – De Zwager en de Buurman

Marc Overmans heeft gel in zijn haar. Marc Overmars heeft geloof ik al twintig jaar gel in zijn haar. Op onduidelijke foto’s, het soort dat in de jaren negentig van de vorige eeuw nog bestond, leek hij op Frans De Munck. Deze keeper, bijgenaamd de zwarte panter, had een prachtkuif. Die hield hij in bedwang met een lik brillantine. Toen ik nog haar had ben ik op zoek geweest naar een potje brillantine van Boldoot. Het waren de jaren van de punk en dan moest je haar iedere kant op pieken. Mijn toenige vriendin, als ieder volwassen wordend meisje geinteresseerd in tijdschriften die je fantasie over de grenzen van land en realiteit liet zweven, in dit geval de Franse uitgave van de Marie-Claire of de Vogue zodat het nog interessanter leek, wees me op een artikel waarin werd uiteengezet dat olijfolie goed voor je haar zou zijn. De hoogglans kreeg je er automatisch bij. Ik geloof nooit dat ze dezelfde olie bedoelde als die ik toen aanschafte, een éénliter kanister met olie uit Haifa. Die was heel olieïg, stonk een beetje bovendien. En dat smeerde ik door mijn haar. Ik heb het een paar weken volgehouden gedurende een hoogzomers seizoen. Marc was in dat seizoen nog een kleuter met hoogstens een beetje snot in zijn haar.

Ergens aan het eind van de jaren tachtig keerde de mode om allerlei troep in je haar te smeren weer terug onder de jonge mannen. Van scheerzeep tot motorolie, het maakte niet zoveel uit zolang het boven op je kop maar uitzag alsof een enorme stroomstoot door je lichaam was gejaagd. Maar daarnaast bestond ook de elegantere, louchere variant, die van de Hollywoodretro-mafioso. Ik moet handenvol glibberig spul door mijn haar hebben gesmeerd. Je kon de strengen bijna breken zo stijf stonden ze. Vraag me niet waar de invloed vandaan kwam, ik kan er slechts naar gissen. Op den duur werd het pathetisch, ook al vanwege de toenemende kaalheid boven op mijn kop. Op een gegeven moment ging alles er af, tot op de milimeter en dan heb je hoogstens nog olie nodig voor de tondeuse. Maar goed, ook Marc moest op een gegeven moment naar de pot met het haarvet hebben gegrepen. John Travolta in Grease kon hem op een idee hebben gebracht. Misschien heeft Marc al sedert zijn zesde gel in zijn haar en is de zorgvuldige handeling voor de spiegel te begrijpen als een soort ersatz-gebed. Daar hoort heel veel rust bij. Lees de wikipagina er maar eens op na. Niet over het begrip ‘Rust,’ in de voetballerij vooral bekend vanwege de polifunctionele uitleg die je er aan kunt geven, maar over het lemma ‘Emst,’ het kerkdorp op de Veluwe waar Marc ter wereld is gekomen en is opgegroeid. Daar zal hij tot het einde der tijden en ook erna als Marc worden begroet. Door zijn zwager en door zijn buurman. Je mag hopen dat Overmars, als hij het geboortedorp bezoekt, de auto in de garage laat staan en zich te voet of met een fiets verplaatst. In die streken schijnt immers altijd de zon.

londres-12-juin-1966-photo-getty-images-stan-meagher

Dat is een heel andere zon die in Giesing scheen in de nazomer van het jaar 1966. Duitsland was tweede geworden in een finale tegen Engeland, de wedstrijd met het beroemde schot van Geoff Hurst dat via de onderkant van de lat weer het veld in stuiterde. De Sovjet grensrechter zag geen doelpunt, maar sprintte toch achter zijn vlaggetje aan naar de middellijn. Het was ongetwijfeld een late wraakactie. Dat dit incident het hele WK van 1966 overschaduwt, is jammer, omdat gedurende het toernooi heel Duitsland mocht aanschouwen hoe een nieuwe tijd haar intrede deed. Het wonder van Bern geschiedde nog met spelers met steenkoolgruis in hun oren en oogwimpers, maar in Engeland liep de twintigjarige Beckenbauer. Met hem deed niet alleen het moderne voetbal zijn intrede, de Duitsers zagen glamour, zelfvertrouwen en ineens iets waarin geen enkel spoor van schuld of schaamte was te herkennen. Dat, de plotse uitdrukking van welvaart en de hoop op een onbezorgde toekomst, was wat Beckenbauer personificeerde. Toen hij Giesing verliet, was dat voor altijd, de wijde wereld in. De tijd voor zijn geboorte, in September 1945, lag ineens heel ver achter hem. Vijf maanden voor zijn geboorte werd in de gevangenis in zijn wijk de laatste veroordeelde gedood door de Nationaal-Socialisten; het was de laatste van twaalfhonderd die door de strop of de guillotine aan het einde van hun leven kwamen. Zesentwintig jaar voordat Franz Anton Beckenbauer ter wereld kwam, werd in de straten van Giesing gevochten, een heuse oorlog om de Radenrepubliek ten val te brengen. In die tijd kwamen ook de tsaristische en wit-russische vluchtelingen naar München, met daaronder de latere moordenaar van de vader van Vladimir Nabokov.

Vijf maanden voor de geboorte van Marc Overmars gebeurde er hoogstwaarschijnlijk niets in Emst. Ergens anders in de wereld, in de Andes stortte een vliegtuig met Nederlandse roots neer. En zesentwintig jaar voor zijn geboorte stierven elf mijnwerkers in een brand in de staatsmijn Hendrik in Brunssum. Mahatma Gandhi en Stalin waren nog in leven en het koninkrijk Roemenië zag zijn einde tegemoet. Het nieuws daarover konden ze in Emst in de krant lezen. In het dorp zelf kenden ze andere problemen. Het zou nog twee jaar duren voordat de firma Van Bergen te Heiligerlee de nieuwe luidklok van tweehonderdvijftig kilo kon leveren. “Op deze luidklok stond de volgende tekst: “De vorige werd naar ’t vuur verwezen, In haar plaats ben ik verrezen, ‘k Nood als zij met sterker klanken, Kom dan, kom dan om God te danken”.” zou Philip Markus hebben overgeschreven. De tijd is een vreemd elastisch begrip. Roem ook. Beckenbauer was als twintigjarige een van de beste spelers van het toernooi. Overmars was als twintigjarige de beste jeugdspeler van het toernooi in de USA. Dat tekent het verschil tussen een broekemannetje en een man van de wereld. Overmars werd in dat toernooi trouwens de maat genomen door Branco.

Tijdens het WK van 2006 verplaatste Beckenbauer zich met een helicopter. In het land van Waren de Goden Kosmonauten had dat een extra symbolische betekenis. Om het wereldkampioenschap naar Duitsland te halen moest Beckenbauer naar de Caraïben vliegen. Bij Jack Warner kon je voor een bom duiten zielen kopen. John le Carré zou er zomaar tweehonderd pagina’s aan kunnen besteden om het bezoek en de achtergronden te beschrijven en daarin de gerimpelde Warner als een soort Baron Samedi laten optreden. Zie je hem al zitten, de glans in de brillenglazen en daarachter de ogen die je vriendelijk maar toch ook een beetje spottend observeren? Broeiende hitte, de plafondventilator, een ronde dienstvrouw die het dienblad met daarop de kristallen glazen, een karaf met water op de tafel neerzet. Ze kijkt Warner kort aan. In een roman is alles waar. Dat kun je niet zeggen van de Bild Zeitung, die de actie van Beckenbauer onthulde. Maar het had waar kunnen zijn. Zoals het ook waar kan zijn dat er bij iedere spelerstransfer geld vrijkomt dat eigenlijk niet bestaat, maar via bepaalde kanalen dan toch weer wel. En dat gaat dan net zo goed op voor zielige bedragen bij een zes miljoen kostende transactie voor een speler van Heerenveen als voor de tweehonderdvijftig miljoen die in grote-mensen-landen wordt betaald. De buurman of de zwager zal na werktijd voorbijkomen en de wasmachine repareren, een ruit inzetten, en als de andere buren geen gluurders zijn, zal de onderhands betaalde rekening voor altijd buiten schot blijven. En alles zal verder zijn gangetje gaan.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Het Einde van Melancholie en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s