Berlijn Moskou – Spätkauf

Het kwam er niet meer van. Nog tijdens de soundcheck werd A.B. begroet door een bevriend echtpaar, oude bekenden zo leek het. Dat riekte bijna naar een gemeenschappelijke herinnering aan pioniersbijeenkomsten in internationale jeugdkampen. De man droeg een leren jack; een beetje slonzig haar hing in pieken over zijn sjaal. In vroeger tijden was dat misschien een Palestina-doek geweest. Iedereen had zo wel van die dingen waar ze liever niet meer aan dachten. De broek was gewoon zwart. Zij ging gelukkig niet als een oud meisje gekleed. Het was een leuke vrouw, fragiel. Je kwam ze wel eens tegen, van die vrouwen, bij wie iedere poging tot charmant zijn, in welk stadium van verleidingstechniek ook, al bij voorbaat strandde. Ze staken gewoon een hand uit, stelden zich voor, keken je daarbij met heldere lachende ogen aan en de verhoudingen waren daarmee meteen duidelijk. Dat dacht ik, terwijl ik naar haar keek en zag hoe ze A.B. allerhartelijkst begroette. Ze had pierogi’s voor hem meegenomen.

Ik zat in een legerdesheilsfauteuil die ooit goudgeel was gekleurd, zo’n stoel met franjes onderlangs. De patat mèt en de curryworst die ik op weg hierheen had gegeten bij een kleine ingemuurde patatkraam bij de ingang naar U-Bahnstation Heinrich Heine, bezorgden me een beetje het zuur. De halve liter Berliner bier, die al behoorlijk lauw was, maakte het er niet beter op. Een klein half uur later zat ik weer in de legerdesheilsstoel. Er was ondertussen een twintigtal personen, dat zich veelal bij de bar of buiten voor de deur ophield. Ik had een ijskoude Jever, niet veel beter, maar tenminste bitter. Het zuurbranden was verdwenen. Dat moest geen thema worden deze avond.

Het eerste optreden begon. Een jonge vent in een strakke broek, ontbloot bovenlijf, zat op de grond tussen de effectpedalen. ‘Kràk.’ Even leken de speakers eraan te zijn gegaan. Een beetje gefrunnik aan kabels, een luidere ‘kràk’ en plots boorde zich een hersenvliesscheurende pieptoon in de ruimte. Die weer abrupt afbrak. Het gerommel aan de kabels hield aan. De knaap toonde zich uiteindelijk tevreden. Het geluid van kokende modder klonk, laag, pruttelend en enigszins misnoegd. Dat ging een twintigtal minuten zo door, terwijl de artiest het ene na het andere effectpedaal indrukte, aan knopjes draaide, draden verwisselde, zonder dat het hoorbaar tot enige variatie leidde. Het eindigde zoals het begon, met een ‘kràk.’ Beleefd applaus volgde. Iedereen draaide zich met de rug naar het podium en liep naar de bar.

tumblr_lrtwkwF3Ng1qk9xvf

Ik bleef onderuitgezakt in mijn stoel zitten. Voor de pauzemuziek zorgde een ernstig meisje. Ze had een grote tas met oude langspeelplaten naast haar staan, speelde wat zo doorgaans in deze kringen werd beluisterd, maar wisselde dit ook af met krakend vinyl waarop vooroorlogse schlagers ten gehoor werd gebracht. Blijkbaar had ze onlangs een bak met oude langspeelplaten gevonden. De krassende Duitse liedjes bleken de rode draad. Ik moest denken aan de film Emil und die Detektiven, die ik op lagereschoolleeftijd had gezien. Die verfilming van Erich Kästner’s boek moest een van mijn vroegste Berlijnervaringen zijn geweest, ook al was ik er zelf niet bij toen de filmemil door de straten van het vooroorlogse Berlijn rende. Ik keek naar buiten, in de duisternis achter de vuile jasjes en ongeschoren koppen van de lui die daar hun bier dronken. Als ze nu maar niet met Lili Marleen op de proppen kwam. Het meisje bleef decent in haar keuze. Ik geloof dat ze afsloot met een opname van Mengele: “In Paris, in Paris sind die Mädels so süss.” Of misschien was dat een sample en stond het op een LP van zo’n hedendaags ‘project.’ Je wist het nooit zeker met die avant-garde.

Ik was ineens heel erg moe. Ik legde mijn hand over mijn ogen, alsof ik wenste dat iedereen na tien tellen zou zijn verdwenen. Maar ik wilde gewoon even mijn ogen sluiten, wegzinken uit mijn vermoeidheid. Boven mij woonde een IJslandse met een slaapstoornis. Dan ging ze midden in de nacht heen en weer lopen en dat klonk als bonkbonkbonk boven mijn hoofd. Om acht uur werd ik weer wakker gemaakt door bouwvakkers die met hun pneumatische hamers het stucwerk in de binnenhof verwijderde. Dat ging al maanden zo. Stoorgeluiden, ruis, ik keek tussen mijn vingers door en zag dat A.B. aan zijn optreden was begonnen. Hij probeerde contact te leggen met een verlaten satelliet. Ik meende Russische stemmen te horen. Misschien cirkelden radiogolven in een baan om de aarde. Je wist het echt nooit zeker met die avant-garde. Ik dacht aan D.èF. Met zijn vriendin was hij een paar dagen bij me te gast geweest. Ze waren geboren en getogen in Kiev. Hij had hemelsblauwe schoenen gedragen, zij gele. Ze hoorden niet bij een volksdansgroep. Ze hadden me over Tsjernobyl verteld, dat er in de dagen erna niets over werd vermeld: iedereen ging naar de 1 Mei parade kijken terwijl de radio-actieve wolk zich over het land verplaatste. A.B.’s Russische conversaties, die ons uit de ruimte bereikten, verplaatsten mijn gedachten. Een scène uit Tarkovsky’s film Stalker werd zichtbaar, van de telefoon die rinkelde. En ineens dacht ik aan een controlekamer die ook in die film aanwezig moest zijn, maar waar de camera nooit kwam. Daar werden de beelden gemaakt en vervolgens in ons leven geprojecteerd en wij dachten dat het allemaal echt was; ze hoorden immers bij onze herinnering. Veel kon ik natuurlijk niet zien, met een hand voor ogen. Ik moest op mijn gehoor vertrouwen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Berlijn Moskou, Het Einde van Melancholie en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s