Jammer

Eerst waren we een heel eind omhoog gelopen. Geert-Jan en zijn kinderen vonden het vast fijn een wandeling te maken bij dertig graden en een zon die nog steeds stak ondanks het verstrijkende middaguur. Maar ze hadden nu wel een mooi uitzicht op Stromboli en zijn rookpluim, ook al was het behoorlijk heiig. Bij de bron waren twee oudere mannen; de kinderen pletsten in het water, we vulden de flessen en toen we goudgele vruchten zagen aan een boom, kregen we natuurlijk trek. Een van de oudere mannen klom behendig over het hek en langs prikkeldraadbegrenzing omlaag en plukte drie handen vol. Pruimen waren het, en ze smaakten overheerlijk.

Op de terugweg konden we diep het landschap inkijken, en over de zee. Een dikke rookwolk steeg op. Een stuk land stond in brand; de derde brand al in de streek, wat tot behoorlijk veel helicoptergeronk leidt. Af en toe bleef ik staan, omdat de wind bij vlagen het geknetter tot ons bracht. Thuisgekomen nam ik mijn walkman, microfoon en koptelefoon en liep naar het veld om het geluid van het lopend vuur op te nemen. Toen het hele veld bijna was afgebrand kwam een auto aangereden, met daarin vier forse mannen. Die keken naar het vuur, totdat een van hen een grote tak met veel bladeren eraan nam en daarmee het vuur uitsloeg. Ze droegen oranje alarmhesjes. Die hadden ze ook in de auto aan. Dat zag ik toen ze aan mij voorbijreden.

`s Avonds aten we bij de nieuwe gasten uit Verona. Die zijn met zeker honderd flessen wijn gekomen. Ze drinken alleen wijn uit hun eigen gebied. Calabrese wijn vinden ze maar niks. Maar deze eerste avond werd er uitsluitend champagne geserveerd. Glas na glas; mijn glas was van aardewerk, Calabrees aardewerk. Ook daarin schuimde en bruiste en borrelde de champagne, fles na fles. Na het eten werd een iPad op tafel gezet. De wedstrijd was al dertig minuten aan de gang en het stond 2-0. Nederland speelde in het blauw. Dat hadden ze iedere wedstrijd moeten doen. Het staat ze beter en het lijkt net alsof ze ook beter spelen. Brazilië was niks. En dat was jammer.

Er was zoveel jammer, besefte ik een half uur later toen ik in de restaurantruimte alleen voor de televisie zat. Het was jammer dat Neymar er niet bij was, en ook dat Chili en Columbia zo vroeg waren uitgeschakeld. Het speet me ook dat Nederland niet in de finale speelde, ook al zegt iedereen dat Duitsland te sterk voor ze is, al begrijp ik dat niet zo goed. Ik begrijp wel dat iedereen het zegt, zoals ook iedereen wel een keer zegt of binnenkort hoopt te zeggen dat hij al een paar keer in Berlijn is geweest. Berlijn is hip en de Duitser is tof, dus daarom is de positieve zijde van het `het-is-maar-niks` geëmmer dat je Berlijn fijn en Duitsers leuk vindt. Duitsers zijn echter niet tof. En het zou echt heel fijn zijn als ze de finale verliezen, omdat het gewoon beter is dat er niets bewezen moet worden, dat bewezen moet worden, namelijk dat de methode heilig is, de waarheid is, het superieure middel is, kortom een gulden eenheid van vakmanschap, hard werken en de juiste filosofie. Wint Duitsland dan zal de komende jaren tot vervelens toe uit het handboek voor de juiste levensweg worden geciteerd, ook al voert die weg langs eurocratische burelen en bankgebouwen.

Maar ja, jammer is ook dat ik gelijk had, en het bereiken van de halve finale een punt was dat bereikt moest worden om de landelijke journalistieke discussie te doen verstommen. Dat gebeurt natuurlijk nooit, getuige het WK-moment van een journalist die op de dag dat de twee verliezende halve finalisten tegen elkaar speelden, toevallig een daarvan het gastland Brazilië, niets anders wist te vinden dan zijn journalistieke reactie op een reactie van een speler, middelpunt van enig geroddel, die iets te zeggen had over de houding van een aantal journalisten. Het WK-moment van de voorlaatste dag van dit toernooi was dus een journalist die het over zichzelf wilde hebben, over de rug van een controversieel iemand die vier weken lang op het allerhoogste niveau had gepresteerd. Met tien man kom je heus niet zo ver. Vreemd, maar ook jammer, want ik moest dat de volgende dag weer lezen, te zamen met een paar domme belerende opmerkingen.

Ik geloof dat die Volkskrant app van mijn tablet gaat, want het is vooral jammer voor mezelf zodra die journalistverheerlijkende berichtgeving op mijn gemoed begint te werken.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in WK 2014 en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s