Wat was dàt?

Bij de Amsterdamse voetbalvereniging die in de kleuren van Peñarol speelt, en waar ik mijn laatste en allerlaatste seizoenen in de zaterdag-2 speelde, meldde zich ook ergens in de jaren negentig een heel elftal sanyassins aan. Het werd de zaterdag-5. Door Peter, onze spits, Poonahspor gedoopt. Dat paste heel goed, al werd het ze niet toegestaan om in iedere mogelijke kleur oranje te spelen. Het waren zachte jongens, waarvan sommige met woeste baard, anderen met babyspek, waarbij een met kop en schouders boven de rest uitstak. Die kwam bij ons spelen toen het elftal na de definitieve dood van de Bhagwan en zijn beweging werd opgedoekt. Uli was goed, heel goed zelfs. We zagen vaak de tweede helft, omdat ze vòòr ons speelden. Een keer deed ik met ze mee, omdat ze een man te kort kwamen. Ze speelden serieus, alsof ook het voetbal een soort workshipping was. 

Ik moest aan hen denken toen ik Marcelo dwars door de zestien zag rennen, achter Müller aan die een paar meter voor hem liep. Marcelo heeft voortdurend zo’n rampenfilmblik in zijn ogen, alsof hij voor Godzilla of Aliens op de loop is; nu zat hij er een op de hielen, maar het effect bleef hetzelfde. Müller trok drie meter achter de Braziliaanse verdedigers zijn horizontale lijn. Marcelo, schuin daarachter, vier meter van zijn kompanen verwijderd. Dat was dus een typische Poonahsporfout, die je in de allerlaagste Amsterdamse voetbalklasse wel vaker tegen kon komen, maar alleen daar, en heus niet tijdens een halve finale om de wereldbeker. De zachte jongens moest je het misschien tot uit den treure uitleggen, dat je op zo’n moment een paar passen naar voren moet lopen, en ik bedoel naar voren in de lengte van het veld, om de speler buitenspel te zetten. Wat bezielde Marcelo?

Even daarvoor stond Müller Muttiseele alleine bij een corner! De bal die hij inschoot stuiterde bedeesd voordat die veertig centimeter naast de keeper in het doel verdween. Pasje opzij en vangen? Te veel gevraagd misschien?

Dan komen doelpunt drie, vier en vijf zoals alleen Poonahspor ze bij hevige regen en tegenwind tegen een elftal uit de hoofdklasse tegen zou krijgen. Kom nou. Dat was niet serieus bedoeld van die Brazilianen. Hoe kun je nu drie keer achter elkaar in een situatie komen dat je op de rand van je eigen zestien met drie tegen vier staat. Ik voelde me beet genomen, en wel heel behoorlijk.

Scolari..hé, lees je dit? Het is echt heel eenvoudig. Je hebt een elftal dat zijn beste verdediger en zijn beste aanvaller mist; je speelt tegen een van de beste reactieve elftallen ter wereld, die iedere fout afstraffen en er duizend uur op hebben getraind om het fouten afstraffen te perfectioneren, dan stel je een elftal op dat de te verwachten stormvloed kan keren. Geen Fred, geen Oscar, geen Bernardje. Hulk in de spits, Willian daarachter. Alves en Maicon op rechts, David Luiz toegevoegd aan je middenveldmoordenaars, een centrale verdediger had je nog wel kunnen opduiken. Dan zeg je, laat maar komen en zorgt ervoor dat iedere speler van je denkt ‚met mij zijn ze nog niet fertig.’ Speel  de wedstrijd van je leven, en laat dat `wij zijn Neymar` over aan je supporters. Tsjisses kerel, wat een puinhoop heb je ervan gemaakt. 

En niet alleen dat. Nu heb je de hele glanzende meedogenloze industriële perfectie van Siemens, Volkswagen, BMW, Mercedes en Bayer en wat nog zo meer op je hals gehaald. Fijn toekomstbeeld, Pipo. Je bent bedankt. Maar ach, misschien danken de Duitse industriëlen je land ook. 

Clarence, d’r wacht een fijne baan op je.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in WK 2014. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s