Aanstormende Jeugd

Die zondagmiddag wist ik nog niet dat het geluidsfragment zich in digitale lucht had opgelost. In de achtertuin van het ouderlijk huis, tussen poort en seringenboom, had ik twee minuten lang overvliegende straaljagers herdacht. In de zonnige jaren van de koude oorlog vlogen ze bijna iedere dag door het Zuid-Limburgse luchtruim. Ze waren sneller dan het geluid; even was de blauwe lucht enkel knal en een stipje dat zich daarin langzaam voortbewoog. Uiteraard was niets daarvan in het spraakmemo vastgelegd, zelfs de zonnige dag niet.

Die zondag zou ik mijn broer bezoeken. Ik wist waar hij woonde, maar niet hoe er te komen. Mijn onwetendheid werd nog groter doordat alom rotonde’s waren afgesloten of nog niet bestonden. Die rotonde’s nieuwe stijl kon ik trouwens nog niet; opzienbarend was hoe overduidelijk neerlands schaatscultuur daarin zichtbaar werd. Je zou uit puur genot eindeloos rondjes blijven draaien van binnenbaan naar buitenbaan naar binnenbaan. Als alternatief en mooi om, wist ik nog een weg dwars door de Brunssummerheide. Dan konden we een paar foto’s nemen, deze hier.

Later, diezelfde zondag, rond het uur waarop ooit de uitslagen werden voorgelezen over de radio toerden we door oostelijk zeer zuid Limburg, door touristische hoogborchten als Mechelen en Ubachsberg waar een betere glimp van bovenafgebeelde lintdorparchitectuur te zien was. Je kon je er kleinwinkeliers in stofjassen en een op de cour rondsjokkend varken bij voorstellen.

De foto’s zijn gemaakt in het gehucht De Kakert, aan de lange weg tussen Schaesberg en Palemig. Het is verwonderlijk dat ik het bijna verwonderlijk had genoemd dat langs en op die weg de laatste vijfendertig jaar niets was veranderd. Zowel bij punt Palemig als punt Schaesberg was er zoveel planmatigs verwezenlijkt dat ik nauwelijks iets kon terug herkennen. Ook niet de twee zuid-mediterrane medelanders die de hele tijd onze aandacht probeerden te vangen, tijd die wij eraan besteedden het stoplicht met gedachtevoodoo ertoe te bewegen eindelijk eens op groen te springen. De baksteenellende voor me neus wilde ik liever niet zien. Wij naar links, zij naar rechts: wat moesten die snotjes trouwens van ons: heroïne verkopen, omdat ze het Duits nummerbord hadden gezien?

De weg door de Brunssummerheide was van meeverende kwaliteit met grote variatie aan boomsoorten, of er niet overstekend wild plaatsvond? Als kindvandekoudeoorlog had ik hier dwars door de heide altijd troepentransporten voorgesteld, tanks die hun reusachtige erectie achterna reden: je kon nooit weten hoe ver het nog was naar de volgende oorlog. Nu zag de ingang van het militaire centrum dat niet Afcent heette er nogal onglamoureus uit. De televisie zou niet worden uitgenodigd mocht Obama een bezoek brengen. Was die Zuidgeest eigenlijk al dood? Dood door corruptie?

Ook in Brunssum was ik de weg kwijt. Prins Hendriklaan zei me wel iets, maar wat? De grossvater van Beatrix, doceerde ik wijs. Eigenlijk is ons koningshuis Deutsch, maar die kat vatte ze niet. Of die Bronsfiguur Hendrik was. Ja, hier links, zei ik. En dan weer rechts. Niet lang daarna reden we over een straat die deed vermoeden dat de woningboulevard en de drive-in McDonalds niet ver konden zijn. Waren dat nu weer die jochies? Wij naar rechts, zij rechtdoor.

De wijk zag eruit alsof hij de laatste tien jaar voortdurend nieuw was betrokken. Op het trottoir stond een eenzame wandelaar. We stopten. Tussen de opa zonder kleinkind en de straat was een parkeerinvoegstrook en een beetje grasperk. De man leek op Gandhi, dezelde deemoedige trots. Hij wist wel ongeveer waar ik zijn moest. Ik meende het accent van onze Indonesische medelanders te herkennen. Er school lichte spot in zijn ogen, alsof hij erop wachtte dat ik hem ook zou herkennen. Toen ik terug naar de auto liep, voelde ik een kleine ruimte van niet gezegde woorden achter me.

Wij moesten omdraaien, en in diezelfde tijd was de rode auto met de jongens ook gedraaid. Zij kwamen van rechts, maar stopten. De bestuurder stapte uit en vroeg in het Duits of hij ons kon helpen. Nee, dus. Hij liep terug naar zijn maat en zei in zijn andere moedertaal dat we Hollanders waren.

Uiteindelijk kwamen we na een lange omweg bij mijn broer aan en na nog een langere omweg en dwars door hevige regenval ook weer in W. Daar konden we nog zien hoe op de televisie de Processen van Neurenberg in de kinderversie werden nagespeeld. Sarrazin zal over een paar maanden zijn vergeten. Ik geloof niet dat ik me dan nog afvraag of het kasbah-gen ( of het medina-gen) er de oorzaak van was dat die kleine arabieren zo’n vlakke vervelende typisch voetballoze zondagmiddag heel anders beleefden.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in seizoen 2010-2011. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s