Daar bij die Molen

Het Noord Portugese berglandschap herinnerde aan de streek in Italië waar ik aan het begin van deze eeuw woonde. Het was iets ruiger, geen snelweg doorsneed het landschap en op de bergrug wiekten de electrische windmolens. Ooit zou hier een digitale Quichote het land betreden, maar niet nu.

Even na drie uur begon het me te dagen. (Het is een uur vroeger in Portugal). Het kon wel eens mogelijk zijn dat ik de uitzending van Nederland tegen Slovakije ging missen, de enige wedstrijd met een Kuifje-gehalte. De auto werd onder een bosbrandthermometer geparkeerd. De wijzer stond op gematigd rood. In het landschap rondom groeide weinig brandbaars, rotsen en geelgeblakerd gras, een enkele boom.

We liepen het dorp in. De tijd kabbelde rustig terugwaarts. Gastheer L. sprak lang met de lokale bewoners van het dorp. De vrouwen hadden grote stevige handen. Ze hadden hun hele leven in de aarde gewroet, zagen eruit alsof ze met al die stenen en kromme paden, de doorzakkende daken en de verweerde deuren in het landschap waren vast gegroeid.

Ik sprak mijn vermoeden uit. L. stelde voor naar het café te gaan. Toen we de enige bar van het dorp en omgeving binnenstapten, meende ik een donderslag te horen. Ik zat er niet lang over in. In een hoek onder het plafond bewoog iets oranje’s: uitgelaten supporters. Even dacht ik dat de wedstrijd was afgelopen. Gelukkig volgde er nog een helft.

Ik dronk mijn glas lokale wijn, keek naar het scherm kwaliteit ‘rechtstreekse uitzending van de maanlanding’ en stelde met genoegen vast dat het 1-0 stond. Ik hoorde weer een donderslag. Terwijl de spelers aan het flierefluiten waren, begon het buiten te regenen. Donder volgde op bliksem volgde op donder. En ineens was het zo dichtbij dat er tussen bliksem en donder nauwelijks een tel paste. Op dat moment viel het beeld uit en stelde L. dat het terugkeren van de electriciteit wel eens uren kon duren.

We keken naar buiten waar hagelstenen van de straatstenen opstuiterden en van de bladeren van de hortensia terugkaatsten. Het was een vrolijke boel. Op vijftig meter afstand sloeg de bliksem in. Toen het eerste blauw tussen de wolken verscheen, keerde het beeld weer terug. De bareigenaar was even naar boven gegaan.

Ik zei tegen L. dat Nederland binnen tien minuten een doelpunt zou maken. En dat gebeurde ook prompt. Toen de wedstrijd was afgelopen, scheen de zon alweer. De enige onweerswolk in de omgeving had precies boven de bar halt gemaakt. Er was niks aan de hand geweest.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in WK 2010. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s